Onder zeil

Dan ineens is het de dag van de operatie. Met knikkende knieën ga ik samen met manlief naar het ziekenhuis. Op de 4e verdieping afdeling oncologie mag ik mij melden.

9 december 2014
2 reacties

Na de intake word ik naar mijn kamer voor die dag gebracht. In deze kamer voor zes personen ligt op dat moment een mevrouw in haar bed te soezen en een andere dame krijgt instructies van een verpleegkundige over hoe ze haar beha over haar nieuwe borst aan kan doen. Ik mag op mijn bed gaan liggen in afwachting van mijn vertrek naar de OK. Om ongeveer 13.00 uur krijg ik slechts een halve happy pil (dormican of zoiets) en 2 paracetamolletjes. Ik denk, nou kom maar op met het lachen. Maar er komt niets. Ik merk wel dat mijn hartslag wat rustiger word maar lachen, ho maar. De hele ochtend ben ik dapper geweest maar nu komen dan toch de tranen. Ik weet, ik krijg een borstsparende operatie maar toch vind ik het rete-spannend. Manlief besloot het gesprek eens over een andere boeg te gooien toen hij op het nachtkastje van mijn buurvrouw een echt doktersromannetje aantrof. Ook mijn man is fantasierijk en vroeg zich af waarom er geen romannetjes zijn van de piloot en zijn stewardess of van de kapitein met zijn personeel?! De teksten van zo’n romannetje zijn dan snel bedacht. Voor een piloten roman kun je denken aan, “Oh, piloot Roderick, neem mij mee naar ongekende hoogtes” of bij de kapitein, “Zal ik mijn schip in jouw haventje varen?!”. Nou, ik zeg gat in de markt, schrijven die handel. We lagen daar te gieren van het lachen en dat ging niet onopgemerkt voorbij. Gelukkig konden de twee andere dames het wel waarderen. Omstreeks half twee kwamen twee verpleegkundigen mij halen om naar de OK te gaan en nam ik afscheid van manlief.

Ik weet, ik krijg een borstsparende operatie maar toch vind ik het rete-spannend.

Dit keer kwam ik niet op de verkoeverkamer maar op een kamer er tussenin. Kennis en verpleegkundige M. van de sportschool kwam al aangesneld om mij te begroeten. Zij had speciaal voor mij haar dienst verschoven om mij bij te staan, lief! Dat gaf een fijn gevoel omdat de pil maar matig zijn werk deed deze keer. Een andere verpleegkundige bracht het infuus aan op mijn hand. Ze vroeg of ik in de krant had gestaan want ze herkende mij aan mijn haar, whahaha. Ja, een BK-er ben ik, een beroemde kankerpatiënt. Vervolgens kwam chirurg A. aan mijn bed en vroeg of ik er klaar voor was. Grapjas! Hij zei: “Denk maar aan iets leuks voordat je in slaap valt”. Waarop ik, natuurlijk weer op van de zenuwen en dus verbale diarree losliet, zei: “Ja, ik ga aan Humberto Tan denken en dat ik bij hem aan tafel mag zitten en natuurlijk waar ik ga zitten, ik denk rechts want daar komt mijn gezicht beter op uit”. Whoehoehoe, ik moest er natuurlijk zelf het meeste om lachen. Hij zal wel gedacht hebben, wat heb ik nu aan mijn fietsbel hangen. Het werd tijd om de OK in te rijden.

Daar aangekomen moest ik op een smal plankje gaan liggen. Het was daar ijs en ijskoud, brrrr. Al gauw werd er een deken over mij gedaan en werden mijn benen vastgebonden. Zodat ik er niet af zou vallen, huh huh 😉 Boven mijn hoofd verschenen allerlei gezichten waaronder die van M. en de anesthesist. Hij vroeg mij hoe het ging, ik zei dat het goed ging. Tja, wat moet je dan zeggen? Nou, eigenlijk heb ik helemaal geen zin in deze toestand, weet je wat ik doe het toch maar niet. Dat zei ik natuurlijk helemaal niet. Nee, ik kraamde er weer ander zaken uit. Ik vertelde dat ik eens een chirurg had gesproken die vertelde dat tijdens een operatie de lamp naar beneden kwam op de patiënt. Chantal, waar denk jij toch aan op de operatietafel? Ik zei toch dat ik zenuwachtig was en dan ga ik nog meer praten. Normaal hoef je er bij mij maar een kwartje in te doen en ik lul wel voor een uur, nou en dat maal twaalf! Dan komt chirurg A. weer in beeld en vraagt mij waarom ik hier ben. Ik zeg: “Voor mijn borst.” “Ja, en wat nog meer?” “Euh, ook voor mijn oksel?” “En, wat gaan wij daar doen?” “Oh, ja, de troep opruimen en wat klieren weghalen.” Blij met het antwoord knikt hij mij bemoedigend toe. De anesthesist geeft aan dat hij de narcose gaat aanbrengen en vertelt mij nog dat het wat koud kan aanvoelen in mijn hand. Ik hoor M. nog zeggen dat het goed komt en dat was het laatste wat ik meemaakte.

Als ik even later bijkom op de verkoeverkamer staan er twee verpleegkundigen aan mijn bed, waaronder M. Als ik heb aangegeven wat mijn cijfer is op de pijnmeter, een 1, wordt het slangetje uit mijn neus verwijderd. Alles is goed gegaan, aangegeven was een uur maar ze waren in drie kwartier klaar. Hopelijk is dat ook weer een goed teken. M. neemt afscheid van me en dan komt de chirurg aan mijn bed om ook nog te vertellen dat alles goed is gegaan. Verder kan hij natuurlijk nog niets vertellen ondanks dat ik natuurlijk brand van nieuwsgierigheid. Dan vertelt hij mij nog dat hij manlief heeft gebeld en dan neemt hij afscheid van mij. Na een poosje word ik weer teruggereden naar de zaal waar ik de enige ben, de rest is al naar huis. Een beetje onwennig pruts ik wat aan mijn bedpaneel om mezelf in een zitpositie te krijgen. Verpleegkundige A. komt mijn telefoon brengen zodat ik weer in contact kan komen met de buitenwereld. Ik krijg wat te eten en doe een plas. Dan krijg ik te horen dat ik naar huis mag. Manlief en zoonlief komen mij halen. Ik had man nog even gevraagd of hij mijn onesie/hansopje mee wil nemen zodat ik geen pijn krijg met het aankleden. Mijn onesie is er een van Animal, de drummer van The Muppets, dus je snapt dat ik niet geheel ongezien het ziekenhuis heb verlaten…

Zo, stap 2 is ook gezet. Op naar stap 3! Helemaal fris en fruitig voel ik mij nog niet maar een narcose is ook geen peulenschilletje.

2 reacties

  • conny says:

    Veel succes met het herstel. ….duurt nog wel even en je geduld wordt op de proef gesteld. ……maar ze zeggen dat we setrk zijn dus ga ervoor! !!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *