“Niemand in mijn familie heeft het, ik ben de enige”

Agnes (72): “In mijn 64ste levensjaar (augustus 2006) kreeg ik te horen dat ik in allebei mijn borsten kanker had. In 2006 is mijn rechterborst twee keer geopereerd, daar zaten micrcocalficaties (kalkspatjes), het was DCIS.

10 februari 2015
1 reactie

Begin 2007 kreeg ik 26 bestralingen in het AvL ziekenhuis. In maart 2007 moest ik voor mijn linkerborst, daar zat een gezwel achter, een cyste. Ook daaraan twee keer geopereerd vanwege een abces na de 26 bestralingen. Op de roltrap van het Spaarne ziekenhuis zakte ik in elkaar, kon meteen blijven en de volgende dag geopereerd worden. God zei dank borst besparende operaties. Ook zijn er allebei de poortwachterklieren in de lymfeklieren verwijderd. Eind 2007 kreeg ik te horen dat ik schoon was. Ik ben zo door een diep dal gegaan; maar ik was schoon en dat was voor mij het belangrijkste!

Niemand in mijn hele familie heeft het en het zit ook niet in de genen, ik ben de enige. Ik ben altijd heel goed onder controle gebleven zowel in het AvL als in het Spaarne ziekenhuis. Met af en toe een extra mammografie en biopsies wanneer mijn chirurg het niet vertrouwde.
In april 2010 opnieuw onder het mes: ik kreeg een nieuwe heup. Er werd meteen gecontroleerd op botkanker, dat was god zei dank goed maar er was wel een ontsteking in mijn heup. In 2012 opnieuw onder het mes voor een nieuwe knie. Ik was er klaar mee! Ondertussen ook nog steeds de controles die ik moest ondergaan vanwege mijn borsten, god zei dank was ik 2012 nog steeds schoon.

In 2013 mocht ik eindelijk 1x per jaar de mammo’s laten doen.

Oktober 2013 kreeg ik een telefoontje van de assistente van mijn chirurg. Ik wist meteen: ‘Het zit niet goed!’. En ja hoor, ze hadden iets ontdekt in mijn rechterborst. Weer moest ik alles doorlopen, met nu ook door de Petscan, MRI kon niet vanwege het metaal in mijn lichaam. Toen kreeg ik te horen dat ik een borstamputatie moest ondergaan. Je gedachten zijn er op dat moment echt niet bij. Een familielid die met mij mee was greep me bij de arm en zei: ‘Nee hè Agnes!’. Maar ja, het was de waarheid. Ik mocht voor de operatie naar de plastisch chirurg want ik wilde graag een borstreconstructie. Na één jaar moest ik weer terugkomen.

Mijn borstamputatie gebeurde in november 2013. Mijn chirurg vertelde dat pathologisch onderzoek had uitgewezen dat ik IDC Recidief was. Dat betekent dat de kanker terugkomt; vandaar de amputatie. Ik heb 100% ER positief oestrogeen en 30% PR progesteron. Er is borstweefsel weggehaald tot aan mijn sleutelbeen. Ik slik nog steeds hormoonpillen Tamoxifen. Mijn huisarts dacht dat ik een trombosebeen had, maar dat was niet het geval. Door bijwerkingen ontstonden er ontstekingen en bovenliggende aderen en iets gewichtstoename. Gelukkig gaat het nu goed.

In november 2014 mocht ik weer terugkomen bij de plastisch chirurg. De chirurg vroeg mij van tevoren of er ook iets gedaan wordt aan de linkerborst. Maar dat was niet mijn prioriteit. Ik ging er juist heen voor een reconstructie voor een implantaat voor in de rechterborst. Ik ging er zo hoopvol naar toe, maar kwam er verslagen vandaan. Na een aantal vragen en antwoorden gaf de plastisch chirurg mij vijf opties. Eén daarvan was dat als ik een reconstructie wilde, hij met drie chirurgen tegelijk moest opereren. Vanuit mijn buik moesten bloedvaten verlegd worden. Ik heb daar al een litteken vanwege een galoperatie. Deze optie ging mij wel iets te ver, dat wilde ik niet. Dan maar een implantaat…Na alle opties zei hij niet te willen doen. ‘Ik neem geen risico met u. En aan uw linkerborst doe ik ook niet’, zei hij. Maar mijn linkerborst is nog steeds schoon vanaf eind 2007…
Ik kwam er verslagen vandaan, dit had ik niet verwacht. Wel had ik nog gevraagd of hij iets kon corrigeren (het is beslist niet mooi). Ik mag over een half jaartje bellen, eind april/mei. Bellen doe ik zeker!

Sinds ongeveer drie weken ga ik naar een oedeem therapeute (daar ging ik al naar toe in 2011, maar toen weer gestopt). Op advies van het Spaarne ziekenhuis ga ik er twee keer in de week naar toe voor therapie. Maar op een gegeven moment werd mijn borst zo hard en dik dat mijn therapeute niet meer durfde te helpen en schakelde het ziekenhuis in. Ik moest dezelfde dag nog komen. Ik moet wel even kwijt dat ik daar met zoveel liefde ben behandeld door de oncologen en chirurg. Die steun en die van mijn familie deed mij echt goed!

Die dag had ik een gesprek met de oncoloog. Zij vroeg mij hoe het ging met de pillen die ik slik. Ze vertelde dat 97% van de vrouwen het hiermee redt, maar dat het dus bij 3% niet voldoende is. Ik vroeg haar of ik bij die 3% zat. ‘Ja, jammer genoeg wel’, zei ze.
Ergens in mijn achterhoofd wist ik het wel, omdat ik ook aan mijn chirurg had gevraagd of ik van het Recidive afkwam. ‘Nee, daar kom je nooit meer vanaf’, werd mij toen verteld.

’s Middags moest ik meteen een echoscopie laten maken. De uitslag was dat er veel lymfevocht aan mijn sleutelbeen zat. Verder was er niets te zien en was ik dus nog steeds schoon. Operatief weghalen van het lymfevocht kon volgens mijn oncoloog niet. Het zou vreselijk pijnlijk zijn. Vandaar dat mijn therapeute mij weer behandeld. En ik moet zeggen, het is met resultaat. Beiden zijn we daar heel blij mee.

Over een half jaar ga ik wel weer naar de plastisch chirurg bellen om te kijken of hij het alsnog wilt corrigeren. Hoewel mijn therapeute zegt dat hij geen risico met mij gaat nemen, zeg ik: ‘zeg maar nooit, nooit’.

Dit is mijn verhaal. Ik weet dat ik er nog niet ben en soms zit ik er dan wel even emotioneel doorheen. Er wordt steeds tegen mij gezegd dat ik er goed uit zie, en dat is ook zo, maar die sluipmoordenaar van binnen…
Ik hoop dat de Tamoxifen nog wat jaartjes hun werk blijven doen. Maar ik ben er even klaar mee. Ik blijf wel optimistisch en positief en geniet van iedere dag!”

1 reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *