‘Twee keer kwam ik langs
het randje van de dood’

Ondanks haar gezonde leefstijl, werd Josien van der Zee (60) twee keer getroffen door borstkanker. Na de eerste keer, in 2003, ging ze na zes weken weer aan het werk. Om daarna in een burnout te belanden. Vijf jaar later keert de ziekte terug, en gaat Josien er op een andere manier mee om.

30 oktober 2012
Laat een reactie achter

Tags: , , , ,

“Nog nooit van mijn leven was ik ziek geweest, en nu sloeg het noodlot toe. Hoe kon dit gebeuren? Ik was nog niet zo lang geleden eerste geworden in de Amsterdamse marathon, in de categorie vijftigplus. Ik had een sportlijf, een gezonde levensstijl en bijbehorende mentaliteit. Hoe kon ik ziek zijn? Echt, ik snapte er niets van toen er in juni 2003 cartinoom in situ – kanker in een zeer vroeg stadium – werd ontdekt na mijn eerste bevolkingsonderzoek.

Door onder andere het vele sporten en het geven van borstvoeding aan mijn drie kinderen, had ik een heel kleine cup. Daarom was een borstbesparende operatie niet mogelijk. En ach, dat hoefde van mij ook eigenlijk niet, ik vond het zelfs een veiliger gevoel toen de linkerborst verwijderd werd.
Na de operatie herstelde ik snel, maar mentaal kreeg ik een flinke dreun. Op mijn zeventiende ben ik mijn moeder verloren aan longkanker. Dat hele scenario, dat mijn kinderen misschien wel hetzelfde zouden moeten doormaken als ik had gedaan, trok aan me voorbij. Wat als de geschiedenis zich zou herhalen?

Burn-out
Na de operatie bleek nabehandeling in de vorm van chemo of bestraling niet nodig. Wel deed ik mee aan een Herstel & Balans programma en ging ik na zes weken weer aan het werk als docent verloskunde. Veel te snel, bleek niet veel later. Op een vrijdag in oktober fietste ik vanuit mijn werk naar huis en knalde ik op een paaltje. Ineens vond ik mezelf huilend en trillend op de grond. Ik ben nog wel opgestaan en naar huis gefietst, terwijl achteraf bleek dat ik mijn sleutelbeen had gebroken. Die val bleek de trigger te zijn voor een burn-out. Ik wist dat ik nog wel een reactie zou krijgen op wat was gebeurd de afgelopen tijd, maar ik was er niet op bedacht dat het zo heftig zou zijn. Het had ook te maken met de manier waarop ik altijd had gewerkt, dat ik altijd dingen naar me toetrok. En met de onverwerkte dood van mijn moeder, alles kwam eruit. En dat uitte zich in woede en een totaal gebrek aan energie. Uiteindelijk duurde het drie jaar voor ik er weer helemaal bovenop was en weer volledig aan het werk ging.

In de tussentijd had ik een borstreconstructie laten doen. Ik was blij dat ik van dat gedoe met zo’n prothese af was. Het resultaat was fenomenaal mooi geworden! Als laatste werd in september 2008 een tepel getatoeëerd. Een moment waarop ik dingen kon afsluiten en alles achter me kon laten. Ik had een prachtige nieuwe borst en kon weer gaan leven. De toekomst was mooi!

“Ik kon het niet opbrengen om mijn broers en zussen te bellen om ze te vertellen dat ik weer kanker had.”

Hoe kon het weer fout zijn?
Twee weken na het zetten van mijn tepel tatoeage, voelde ik aan die borst een knobbel. Dat kwam vast van het tatoeëren dacht ik. Tot de chirurg me vertelde dat ik weer borstkanker had. Mijn hemel, hoe kon het weer fout zijn terwijl die borst er af was? Dat was bijna het ergste moment uit mijn leven. Het voelde alsof ik vloeibaar werd en wegzakte in ijswater.
Ik realiseerde mij dat ik nu een vorm van kanker had die uitgezaaid kon zijn. Weer werd ik geconfronteerd met het feit dat de geschiedenis zich zou kunnen herhalen. Eén van mijn kinderen woonde op dat moment elders in Nederland. Dat ik haar via de telefoon moest vertellen dat ik ziek was, was heel erg. Wat ik me ook nog heel goed voor de geest kan halen, is dat ik het niet meer op kon brengen om mijn broers en zussen op te bellen en ze te vertellen dat ik weer kanker had.

Er was bij mij een invasief carcinoom geconstateerd. Het standaard behandeltraject is dan een operatie, bestraling en chemo. Na nogal wat moeite te hebben gedaan kwam ik snel bij een psycholoog terecht. En weer was er ook die enorme woede. Het herhaalde zich. In 2003 richtte mijn woede zich op het ziekenhuis en de manier waarop ik werd behandeld. Er was amper informatie en ik moest heel veel dingen zelf uitzoeken en regelen. Aan het klachtencentrum heb ik mijn ervaringen doorgegeven, en hen gezegd wat ik graag veranderd en verbetert zou willen zien. Vijf jaar later waren er heel veel van mijn adviezen geïmplementeerd, wat fijn was.

Het verleden kun je niet veranderen
Bij mijn psycholoog kon ik een cursus mindfulness doen, iets waar ik nog nooit van had gehoord. Volgens hem was dat wel een goed idee voor me, omdat mijn hoofd altijd maar doormaalt. Zelf wilde ik al een tijdje leren mediteren. En nu werd alles me op een presenteerblaadje aangereikt. In een groepje met vier cursisten – allemaal kankerpatiënten – en een psycholoog. Alles wat ik voelde dat goed voor mij was, kwam langs. Je leert er om in het hier en nu te zijn. Dat is iets wat je vaak vergeet. Het verleden kun je niet veranderen en je druk maken over de toekomst, daar heb je ook niets aan. Daarom moet je in het nu leven.
Na de tweede sessie merkte ik al resultaat, ik sliep stukken beter. Uiteindelijk heeft het me heel veel gebracht. Voorheen gingen mijn gedachten alle kanten op. Alleen na een halfuur hardlopen kreeg ik rust in mijn hoofd. Nu was het ook zonder dat, eindelijk regelmatig stil in mijn hoofd. Ik werd er rustig van. Ik ben altijd al een levensgenieter geweest, maar hierdoor werd het veel intenser. Na de operaties en de stress was mijn energielevel ontzettend laag. Dat vond ik lastig, want ik was het niet gewend. Maar ik leerde wel op een andere manier om te gaan met mijn lijf. Ik werd min of meer verplicht om actief te ontspannen, en dat was nieuw voor me.

Tijdens die tweede keer borstkanker had ik die mindfulness echt nodig om tot mezelf te komen, om dingen los te laten. En ik ben er blij mee, want er is een hele nieuwe Josien opgestaan. Twee keer ben ik langs het randje van de dood gekomen. Angst voor de dood heb ik nooit gehad, wel altijd veel plannen voor de toekomst. Ik heb rust, de kanker is uit mijn hoofd. En door naast mijn werk het ook het sporten weer op te pakken, heb ik nu een mooie balans gevonden.

Via mijn werk zou ik een grote kans maken om in 2009 voor een goed doel de Mont Blanc beklimmen. Maar ja, door mijn ziekte ging het niet door, ik kon wel janken. Afgelopen zomer was mijn conditie inmiddels zo goed, dat ik het samen met mijn broer Matthias alsnog zou gaan doen. Door weersomstandigheden konden we de Mont Blanc niet op. Maar, de week ervoor, waarin we om te acclimatiseren klommen over gletsjers en tot boven de vierduizend meter – terwijl de zon opging boven alle bergtoppen om ons heen – dat alleen al was ingrijpend en mooi. Die weg was mooier dan het bereiken van het doel. Uit die ellende waar ik in zat, is zoveel moois gekomen. Ik heb altijd mijn grenzen opgezocht om te onderzoeken hoe ver ik kan gaan, en ook nu heeft het weer iets opgeleverd. Iets waar ik altijd met diepe vreugde aan zal terugdenken.”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *