“Mama is te ziek om thuis te zijn. Langzaamaan zie ik haar slechter worden”

Carin is 18 jaar als haar moeder sterft aan de gevolgen van borstkanker. Het is het jaar 1981. Ze ervaart dat er weinig wordt gepraat over de ziekte en het overlijden van haar moeder en vindt het moeilijk om daarmee om te gaan. In het boek ‘Ik ben niet zoals ik was’ schrijft ze over de periode van haar moeders ziekte, het leven daarna en over hoe ze het verdriet met zich mee droeg. En… op haar 48e krijgt ze zelf ook een slechte uitslag. Lees voor een tweede keer mee in een aantal stukken uit haar boek. Het gezin plooit zich moeiteloos om de ziekenhuisopname van de moeder.

11 april 2018
Laat een reactie achter

Tags: , , , ,

Carin is 17 jaar
(pagina 57)

Snel achteruit
We zien mama in een rap tempo verslechteren. Ze komt het bed niet meer uit en slaapt overdag veel. En dat binnen een paar weken.
Het kamerscherm staat de hele dag uitgeklapt en als ze slaapt zijn de gordijnen van het voorraam voor de helft gesloten.
De huisarts komt iedere dag. Het bezoek blijft kort en dat is meer dan genoeg voor mama. Ze heeft totaal geen energie meer. Als mama wakker is, praat en doet ze normaal tegen ons. Ze is niet chagrijnig of down.

Onze gezinshulp Leny vertelde ons vanmiddag toen wij uit school kwamen dat mama misschien morgen naar het ziekenhuis moet. Ze is te ziek om thuis te zijn. Ze kunnen haar in het ziekenhuis gepaste medicijnen geven en beter in de gaten houden.
Dat begrijp ik wel.

‘Mama heeft een kamer voor haar alleen’

(pagina 58-59)
Dagelijks ziekenhuisbezoek
Iedere dag bezoeken we mama in het ziekenhuis. ’s Middags én ’s avonds is er een bezoekuur. Wij gaan door de week ’s avonds omdat we overdag werken of op school zitten. Soms is een van de kinderen er niet bij, vanwege sporten of een andere verplichting. Mijn huiswerk probeer ik af te hebben voordat we gaan. Het ziekenhuisbezoek kost een kleine twee uur en we zijn meestal rond half negen thuis. Dan heb ik niet veel zin meer om iets aan school te doen.

Mama heeft een kamer voor haar alleen. Als we uit de lift komen en linksaf gaan, moeten we de hele gang doorlopen, tot het eind. Daar zijn twee eenpersoonskamers en de linker is van mama.

Als wij in haar kamer komen, zijn er regelmatig verpleegsters of verplegers te vinden. Zij zijn er niet om mama te verzorgen, maar voor de gezelligheid. Ze hebben een kopje thee in de hand en kletsen met mama. Als de deur gesloten is, ziet niemand ze en hebben ze even tijd om op adem te komen. Ik vind dit leuk om te zien. Op een of andere manier straalt mama iets positiefs uit dat anderen goed doet.

Tijdens het bezoekuur zijn wij als gezin met zeven personen in haar kamer. Daarbij komen nog familie, vrienden of bekenden. Opgeteld betekent dit dat er meestal te veel mensen in haar kamer zijn. Sommige mensen bellen papa van te voren om te horen of er al iemand naar mama gaat, maar een schema is er niet. De meesten komen wanneer het hen uitkomt. Mama heeft best een grote kamer, maar soms is het te klein. Dan lopen Jeroen, Yvonne, Helen en ik even door de gangen of halen we een vaas uit het keukentje. Inmiddels kennen we de weg op de afdeling goed. John hangt dan buiten de kamer, tegen de muur.

Mama vindt de aandacht die ze krijgt fijn. Soms is ze erg moe en vallen haar ogen dicht. Dan blijven de mensen kort en vertrekken ze na vijf of tien minuten.

Mama ligt nu drie weken in het ziekenhuis. Ze krijgt vocht en medicijnen door een infuus en daarnaast moet ze nog pillen slikken.

Langzaamaan zie ik haar slechter worden.

Lees ook het eerdere verhaal van Carin: “Er wordt weinig gepraat over de ziekte en het overlijden van mijn moeder”

Of koop haar boek Ik ben niet zoals ik was hier: http://carinvandoremalen.nl/boeken/

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *