‘Het voelde als een slechte B-film, maar dan echt’

Barbara van Dalen (42 jaar, getrouwd, moeder van twee dochters) ontdekte twee jaar geleden een knobbeltje in haar borst. Een enorme schok, maar niet geheel onverwachts: haar moeder kreeg twintig jaar geleden borstkanker en ging destijds het hele traject van behandelingen in.

17 oktober 2012
1 reactie

Tags: , , , , , , , , , ,


Daarom stond Barbara al vanaf jonge leeftijd onder controle. Haar alarmbellen gingen dan ook direct rinkelen toen zij een knobbeltje voelde. ‘Gelukkig snapte de huisarts mijn ongerustheid’.

Ik bleef een knobbeltje voelen…
‘Mijn moeder kreeg twintig jaar geleden de diagnose borstkanker en kreeg het hele traject: borstbesparende operatie, bestraling, iridiumkuur en chemotherapie. Gelukkig is zij nog steeds in (mijn) leven. Daar ben ik enorm dankbaar voor. Maar, omdat ik van zo dichtbij gezien heb wat borstkanker met je doet, ben ik altijd alert geweest. En, kreeg ik vanaf mijn tweeëndertigste in overleg met mijn huisarts een jaarlijkse mammografie. Dat gaf mij extra dwang om alert te blijven. Toen ik in 2009 een afwijking in mijn borst voelde, gingen direct mijn alarmbellen rinkelen. Ondanks dat de huisarts toen zei dat er geen reden voor paniek was en de echo dat ook uitwees, liet ik mij in 2010 op mijn verzoek toch opnieuw doorverwijzen: ik bleef het knobbeltje voelen en wilde dit per sé verder laten onderzoeken…

Op advies van de huisarts ging ik naar de mammapoli Tergooi in Blaricum; daar doen ze alle onderzoeken in één dag. Sterker nog, alles in één ochtend. Ontzettend prettig want een uur na alle onderzoeken had ik al duidelijkheid. Bij de mammapoli krijg je de standaardprocedure: mammografie, echo en punctie. Ook kreeg ik direct een biopt om zo echt 100% duidelijkheid te krijgen. Ik dacht: zekerheid gaat voor alles, dus ga maar door.

Het voelt alsof je in een slechte B-film zit, maar dan echt
Aan het eind van de ochtend kreeg ik het nieuws: er waren borstkankercellen gevonden. Wat een enorme schok. Ik zat daar helemaal alleen en kon alleen maar denken: ik moet rustig blijven, het verhaal aanhoren en vragen stellen zodat ik ook het thuisfront straks goed kan inlichten. Het eerste wat door je hoofd gaat is ook: ‘ik wil mijn kinderen groot zien worden’. Ondanks dat ik zat te huilen, merkte ik dat ik heel rationeel bleef. Ik zat in de overlevingsstand, kwam nog niet echt bij mijn gevoel. De verwerking zou later komen. Toen mijn man er uiteindelijk was, wilde ik het liefst meteen naar buiten. Op de fiets, naar mijn ouders. Heel onwerkelijk was het. Het voelt alsof je in een slechte B-film zit, maar dan echt. Je zit op de fiets, de wereld is hetzelfde maar tegelijk ook radicaal anders. Ik zag mijn vader en moest huilen. Mijn moeder kwam later. Ze wist het direct, zag mijn gezicht en zei: ik weet het al, het is mis.

“De angst gaat wat dat betreft niet echt meer weg. Je bent en blijft altijd alert.”

De open omgeving die er was, was heel fijn
In de week daarna heb ik niet gewerkt, veel gewandeld, letterlijk ‘met mijn voeten op de aarde en mijn neus in de lucht’. Orde in mijn hoofd proberen aan te brengen. Zo’n week duurt heel erg lang. Het hielp mij om open te zijn en mensen te informeren, er met mensen over te praten. Daardoor werd het feit dat ik kanker had steeds meer werkelijkheid.

Ik merkte ook dat het daardoor voor de mensen om me heen makkelijker was om mij te benaderen. Het gaf mij enorm veel kracht dat mensen meeleefden, een kort mailtje, mensen op de koffie en thee, mensen die even langs kwamen. De open omgeving die er was, was heel fijn. Heel bijzonder was het dat ik berichtjes kreeg van mensen waar ik het niet van verwacht had. Dat waren echt ‘sterretjes’ aan een donkere hemel.

De cellen mochten geen ‘feest’ meer vieren

Het advies van de arts kreeg ik de week na de diagnose: een borstbesparende operatie. Maar ik heb voor alle zekerheid om een scan gevraagd. Maar goed ook. Een week later om 15:00 uur ‘s middags hoorde ik dat een amputatie nodig was. De dag daarna lag ik in het ziekenhuis om mijn borst weg te laten halen. Dat klinkt heftig, maar eigenlijk was het heel simpel. Ik wilde er van af. Dan konden de cellen ook geen ‘feest meer vieren’.

Het nieuws dat er geen borstkankercellen meer waren, was heel fijn maar ook verwarrend. Er was namelijk tegelijk wel een minuscule uitzaaiing gevonden in mijn okselklier. Hoe kan het dat ik de borstkankertumor gradatie 1 was, de ‘lichtste’ variant en hoe kan het dan toch dat ik uitzaaiingen heb? Daar hadden ze geen verklaring voor. Dat helpt mij nu herinneren dat ik nog steeds alert wil blijven. De angst gaat wat dat betreft niet echt meer weg. Juist omdat de uitslag niet zo eenduidig was. Je bent en blijft altijd alert.

Ik was zo moe
In januari 2011 kreeg ik een okseltoilet, mijn tweede operatie. Er werden gelukkig geen uitzaaiingen gevonden. Wat was ik blij, ik wilde dan ook direct daarna weer aan de slag, mijn ‘normale leven’ oppakken. Meteen weer aan het werk, mijn ‘gezonde ik’ weer in de wereld zetten. Maar, ik werd geconfronteerd met gevoelens van verwerking: ik was moe en verdrietig, en in de war. Hoe kan het nou dat er geen chemo noch bestraling nodig was? Moest ik niet een second opinion aanvragen?

De wil om aan de slag te gaan was dus ook vrij rationeel. In de praktijk had ik daar ook eigenlijk nog helemaal geen ruimte voor. Ik was ook zo moe. Uiteindelijk heeft de arbeidsdeskundige de knoop doorgehakt. Hij wees me erop dat ik eerst zelf weer goed uitgerust moest zijn en deze ervaring een plek moest geven. Hij zette een streep door 2011. Ook omdat ik in de tweede helft van dat jaar een reconstructie zou krijgen. Begin 2012: dan zouden we verder kijken. Dit advies was heel helder en heeft tijd gekost. Want, ik was het er eigenlijk helemaal niet mee eens en kon van de ruimte die ik toen ineens had ook niet genieten.

In april kreeg ik het moment pas dat ik dacht ‘ik mag genieten’ en de tijd nemen om te verwerken. Ik ben daar enorm dankbaar voor, ook voor de beslissing die de bedrijfsarts voor mij heeft gemaakt. Uiteindelijk kreeg ik in november 2011 een ‘nieuwe borst’. Ik was echt letterlijk in verwachting van mijn nieuwe borst. Dat vond ik heel mooi. Ook om daar op die manier naar te kijken.

Borstkankerpatiënten kun je niet over één kam scheren
Daar sta ik nu. Inmiddels heb ik nu echt weer ruimte en zin om er te zijn voor anderen. Ik kan me weer als professional in de wereld zetten. En, ik heb er zin in! Vanaf 2002 ben ik werkzaam als loopbaanadviseur. Ik wil me nu graag verdiepen en inzetten in de begeleiding van (borst)kankerpatiënten bij de re-integratie naar werk. Daarbij kan ik mijn eigen ervaring goed meenemen. Ik besef dat deze ervaring niet leidend moet zijn: borstkankerpatiënten kun je niet over één kam scheren. Iedereen is anders en heeft een andere vorm van begeleiding nodig. Ik hoop veel andere vrouwen en mannen op een manier die bij hun past te kunnen helpen bij het weer aan het werk gaan.’

Lees hier het verhaal van Barbara in opgemaakte, PDF-vorm op de website van Stichting Pink Ribbon.

1 reactie

  • jolanda says:

    Hallo barbara,
    wat herkenbaar is dit verhaal. Ik heb 2x borstkanker gehad de 1ex 2 borstbesparende operatie,s,chemo en bestralingen en totale okseltoilet en medicijnen.De 2ex borstamputatie en inderdaad je denkt dan alles moet weg dus ook die borst. Waar ik ook last vanhad was inderdaad waarom geen verdere behandelingen niet dat ik zat te wachten op chemeo ed maar toch.. Ik heb ook heel veel steun gehad van vrienden en familie en ben gelukkig ook weer volledig aan het werk. Ik wens jou alle goeds en geniet van alle kleine dingen.
    Lieve groet Jolanda

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *