“Wat fijn om je weer te zien!” Mijn collega’s reageren enthousiast als ik na de vierde chemokuur weer eens langs kom op het werk. Tijdens de chemokuren was ik eigenlijk van plan om wat hand- en spandiensten te gaan verrichten. Maar vanwege alle afspraken en opnames in het ziekenhuis, komt dit er bijna niet van. De keren dat ik langs kom, klets ik en drink ik thee, het voelt een beetje als ‘spijbelen’.
“Kun je ons nu al niet missen?” Mijn collega’s lachen als ze mij een paar maanden geleden tijdens de lunchpauze binnen zien komen. De week ervoor hebben we mijn afscheidsfeestje gevierd, omdat het tijd was geworden voor mijn volgende carrièrestap. Aan het einde van een geslaagde avond heb ik iedereen een klein Boeddhabeeldje gegeven. Als geluksbrenger, maar ook als aandenken aan mijn positieve instelling. Dat ik al die kleine beetjes geluk zelf het beste kon gebruiken, blijkt helaas kort erna.
Ik wacht tot iedereen aan de lunchtafel is gaan zitten. Met een trillende stem en tranen in mijn ogen begin ik te praten. “Ik heb gisteren gehoord dat ik borstkanker heb en het ziet er niet goed uit.” De uitgelaten sfeer slaat om, mijn collega’s zijn overdonderd en weten niet wat ze moeten doen of zeggen. Veel collega’s beginnen te huilen of omhelzen mij en anderen blijven roerloos op hun stoel zitten. Ik besef mij heel goed dat ik ze overval met dit nieuws, maar ik vind het belangrijk dat ze van mij persoonlijk horen dat ik ziek ben. Ik heb lang gewerkt met mijn collega’s en wij hebben als team een hechte band. Verslagen laat ik mijn collega´s even later achter op kantoor.
Praktisch als ik ben, bel ik nog diezelfde middag mijn nieuwe werkgever op. “Hoi Joyce, wat leuk dat je belt. Ik kijk er naar uit dat je volgende week komt beginnen.” Haar enthousiasme slaat direct om als ik de reden van mijn telefoontje vertel. Samen besluiten we mijn nieuwe baan voorlopig ‘on hold’ te zetten. Maar al snel blijkt dat de situatie behoorlijk ernstig is en ik niet in staat zal zijn om de functie te gaan vervullen.
Een geluk bij een ongeluk, mijn nieuwe baan zou op detacheringsbasis zijn, dus ik heb mijn vaste contract behouden.
Het besef dat mijn toekomstplannen door de kanker in één klap zijn weggevaagd komt hard aan. Nadat ik nog een telefoontje heb gepleegd, voel ik mij helemaal verslagen.
Ons huis staat sinds twee maanden te koop, omdat wij op zoek willen gaan naar een groter huis. Maar waar ik bang voor ben wordt waarheid, wanneer de hypotheekadviseur mij vertelt dat het verstandiger is om ons huis uit de verkoop te halen. Een hypotheek of verzekering op mijn naam kan ik nu, als kankerpatiënt, wel schudden.
Een onzeker toekomstbeeld wat betreft mijn gezondheid, geen nieuwe baan en geen nieuw huis. Huilend bel ik mijn man op. Wat betreft mijn gezondheid en baan heeft hij uiteraard geen oplossing, maar wat betreft de teleurstelling van ons huis heeft hij een goed voorstel. Ik hang de telefoon op, leun gerustgesteld achterover en bedenk wat wij in ons huis kunnen gaan verbouwen.
Uiteraard zou ik liever aan mijn nieuwe baan begonnen zijn. Maar het voelt goed dat mijn ‘oude’ vertrouwde collega’s mij, ondanks mijn afscheid, steunen en weer in hun midden verwelkomen. Ik zeg ze gedag en beloof na de vijfde chemokuur opnieuw langs te komen. Ik loop nog even naar mijn oude bureau en kijk naar de vele foto’s aan de muur. Foto’s van een jaar geleden, tijdens het laatste teamuitje. Op elke foto sta ik met een grote glimlach of een gekke bek. Een blonde verkleedpruik over mijn eigen haar heen gedrapeerd.
Onder de pruik die ik vandaag draag, zijn mijn lange blonde haren inmiddels verdwenen….




















